Veel zelfstandigen vergeten pensioen

16 november 2008

Het vooroordeel is dat alleen schilders en bouwvakkers voor zichzelf beginnen, maar de hoogopgeleide eenpitter rukt op.

Werkgevers huren liever een zelfstandige in, dan een vaste kracht aan te nemen. Nieuw probleem: wie betaalt hun pensioen? „Over twee weken zeg ik mijn baan op en begin ik voor mezelf.” Omdat haar huidige werkgever hiervan nog niet op de hoogte is, wil deze aanstaande zelfstandige zonder personeel (zzp’er) anoniem blijven.

Zij is een van de vijftienhonderd bezoekers van de eerste beurs voor zelfstandigen, de Nationale Zzp-dagen. „In mijn werk vind ik niet de uitdaging en de afwisseling die ik zoek. De kredietcrisis is voor mij geen reden om het niet te doen. Als je zo gaat redeneren is er altijd wel een reden te bedenken om de sprong niet te wagen.” De crisis die begon op de financiële markten, zorgt voor minder volle orderportefeuilles bij bedrijven en dus wordt er gesneden in de kosten. Toch is juist een periode van recessie een goed moment om het vaste dienstverband vaarwel te zeggen en voor jezelf te beginnen, meent directeur Hans Cremer van Associates.

lees verder op: trouw.nl

november 17, 2008
By on 21:57
Windenergie blijkt een slag in de lucht
Windenergie        16 november 2008

Windenergie blijkt een slag in de lucht

Minister Jacqueline Cramer (PvdA) van VROM heeft ook al enige moeilijke momenten doorgemaakt in de Tweede Kamer. Op 12 juni 2008 kopte de Telegraaf: “Cramer gokt mis met windenergie.” Volgens een voormalig lid van de WRR, professor en specialist op gebied van energierecht Hancher, is de doelstelling van Cramer niet haalbaar. De doelstelling luidt: in 2020 zou 20 % van alle energie duurzaam opgewekt moeten worden. Omdat een derde van de energie uit elektriciteit bestaat, zou zestig procent van deze elektriciteit duurzaam opgewekt moeten worden.
Cramer liet Van der Hoeven (Economische Zaken) antwoorden in een brief aan de TK, dat uit andere rapporten zou blijken dat het wel haalbaar is.
Het duurde niet lang of Cramer kwam weer in de problemen. Op 24 september weigerde ze mondeling antwoord te geven op Kamervragen over de subsidieregeling rond groene stroom.
VROM heeft onder Cramer namelijk hoog ingezet op duurzame energie. Als dat niet haalbaar blijkt, dan is dat pijnlijk, omdat de verplichtingen inzake Kyoto wettelijk zijn vastgelegd. In 2005 produceerde windenergie 0,2 % van de totale energiebehoefte. Op land kan maximaal 1500 MW geproduceerd worden, de resterende 6000 MW die de doelstelling moet waar maken, moet dus op zee geplaatst worden. Daar zijn dan 1200 turbines voor nodig. Uit een rapport van het CPB (2005) bleek dat in alle varianten de kosten van een 6000 MW windmolenpark op zee de opbrengsten overtreffen met honderden miljoenen euro’s. Het CPB berekende dat de doelstelling voor 2020 alleen budgettair neutraal gehaald kan worden als de olieprijs die hele periode tenminste 68 USD bedraagt (p. 138).
Na een korte periode van hoge prijzen in de zomer van 2008 is de prijs weer onder de 60 USD gezakt en de verwachting is dat er geen nieuwe prijsstijging komt. Motoren worden zuiniger, er is gas als alternatief en in de VS wordt steeds meer olie gewonnen uit de teerzanden van Canada.
In het regeerakkoord (2007) stond nog: “Duurzaamheid is dé centrale opgave voor de 21ste eeuw! Door ons energieverbruik te verminderen en duurzame energiebronnen in te zetten, veminderen we de opwarming van de aarde.” Maar in de beleidsnota voor 2009 staat dat China en India steeds meer CO2 uitstoten. Nederland kan zijn CO2 uitstoot wel tot nul terugbrengen, dan nog zullen de miljarden Aziaten met hun groeiende welvaart de milieuwinst snel compenseren met hun eigen CO2 uitstoot.
Afgezien daarvan, is het verband tussen opwarming en CO2 uitermate zwak. De opwarming van de aarde is namelijk al rond 1997 gestopt. Tussen 1940 en1980 is de opwarming van de aarde, die al gemeten wordt sinds 1800, afgezwakt en zelfs in afkoeling omgeslagen. Maar in die tijd werd er net zo goed CO2 geproduceerd. De oorzaak ligt deels in het stof dat veroorzaakt werd door de Tweede Wereldoorlog, atoomproeven en vulkaanuitbarstingen. Een ander deel wordt toegeschreven aan de activiteit van de zon, die sterk kan wisselen. Sinds 1997 is de activiteit van de zon sterk toegenomen.
Maar er is meer. In 2005 publiceerde Ruddiman een nieuwe theorie.
Uit zijn onderzoek blijkt dat de CO2 uitstoot al 5000 jaar stijgt, terwijl alle huidige theorieën er van uit gaan dat het niveau pas enkele eeuwen geleden begon te stijgen. Met andere woorden, de koppeling met de industriële revolutie is veel zwakker dan werd gedacht. De irrigatie wereldwijd en toename van de bevolking in het algemeen is veel belangrijker volgens Ruddiman. In zijn model zou een paar duizend jaar geleden de ijstijd begonnen zijn en zijn we daaraan ontsnapt dankzij de CO2.
Daarnaast is er op de korte termijn iets veranderd dat veel belangrijker is: de opstelling van Rusland. Nu windenergie uit beeld verdwijnt, dreigt de afhankelijkheid van gas en dus van Rusland groter te worden. De enige oplossing die alle voordelen van duurzame energie heeft en niet de nadelen van afhankelijkheid van onbetrouwbare landen, is atoomenergie. En dat heeft de PvdA altijd uitgesloten als oplossing uit pacifisme en de vermeende onveiligheid van nucleaire centrales.
Maar de tijden zijn veranderd. Nucleaire centrales zijn veel veiliger geworden en de energiebehoefte is onverzadigbaar. De linkse utopisten moeten buigen voor de linkse realisten, ook binnen de PvdA.
De eerste signalen ‘vanuit de partij’ zijn al zichtbaar. Nadat het CDA al de voortrap had gegeven, kwam op 12 september het verlossende woord: kernenergie zou binnen de PvdA niet meer taboe zijn (de formulering spreekt al boekdelen). Hardliner Samson nam meteen hard stelling tegen dit idee, door te hameren op energiebesparing. Hij heeft immers begin dit jaar nog kernenergie verworpen als alternatief.
Cramer kan eigenlijk geen kant op. Er moet dus tijd gerekt worden totdat er een aanleiding is om het beleid te veranderen, zodat de PvdA met een stalen gezicht kan volhouden dat de omstandigheden veranderd zijn.
Ik zie Bos nu al weer op een partijcongres staan, microfoon in de hand, terwijl hij het gehoor uitlegt: ‘…soms kan het zo zijn, dat je heel harde beslissingen moet nemen. Maar Jacqueline Cramer is er natuurlijk wel één van ons, …. naast alle goede dingen die ze heeft gedaan, bla bla bla….’
lees ook op: hetvrijevolk.com

By on 21:53
Tijd nemen om te friemelen Te veel porno maakt jongeren ongeduldig

Gefriemel_seks_188059a 16 november 2008

Beugel maakte de zesdelige serie Geloof, seks & (wan)hoop 2 over de seksuele moraal in het westen. Ze pleit voor een seksueel beschavingsoffensief.

Door Mirjam Keunen Amsterdam. De zwarte vibrator heeft een afstandsbediening, de groene is geribbeld en heeft verschillende snelheden. Twee jonge meiden vertellen over deze aankopen op de Kamasutra, een huishoudbeurs voor erotica. „Een vibrator is gezond. Het laat zien dat je onafhankelijk bent.” In de jeugd van de inmiddels gepensioneerde Carrie Rens was seks een zonde. „Je wist dat er iets geheimzinnigs was waar je naar verlangde. Het was verboden. Je moest als maagd het huwelijk in.” Op haar 45ste kreeg ze een vibrator van een vriendin. Ze was net gescheiden, dankzij het apparaatje beleefde ze voor het eerst een orgasme, vertelt ze.

Journaliste Ingeborg Beugel sprak met jongeren en ouderen in de zesdelige serie Geloof, seks & (wan)hoop 2, een persoonlijke zoektocht naar de beleving van seksualiteit in Nederland, een vervolg op haar serie uit 2006. Tussen de generaties zijn ook overeenkomsten. Jongeren weten weliswaar meer en komen bijvoorbeeld al vroeg in aanraking met pornografie: van de 12- tot 14-jarigen kijkt een kleine meerderheid van de jongens en een op de vijf meisjes wel eens naar porno op internet, blijkt uit onderzoek van de Rutgers Nissogroep. Maar jongeren kunnen volgens Beugel net zo moeilijk over de emotionele en relationele aspecten van seks praten als de senioren uit haar documentaire in hun jeugd. Ze wijt dat aan de seksuele voorlichting op scholen die ze armoedig noemt. „Het gaat alleen over soa’s.” Ze propageert daarom een nieuw seksueel beschavingsoffensief, thuis maar vooral op scholen. „Je moet projecten over seks opzetten waarin ook kunst, literatuur en muziek zit. Van Vasalis tot The Beatles. Bied jonge mensen andere dimensies en duid pornografie. Een jongen zegt voor mijn camera over de eerste keer: ‘Ik schrok me dood. Ik had alleen porno gezien. Ik wilde in haar gezicht spuiten. Dat vond ze niet leuk’.” „Te veel turboseks”, zoals Beugel porno noemt, heeft veel invloed op een jongere die seksueel nog onontwikkeld is. „Zo’n jongen stopt ’m erin terwijl het meisje niet nat is. Meisjes zijn vaak te bang om te zeggen: het doet pijn. Een seksuoloog vertelde me dat er veel jonge meisjes bij haar komen die kapot zijn van onderen.”

Uit een onderzoek uit 2005 blijkt dat 57 procent van de meisjes weleens of vaker pijn heeft tijdens het vrijen. Het zijn overigens cijfers die in haar documentaire ontbreken. Beugel: „Er is geen recent onderzoek over. Wat wel bekend is, is dat er vroeger een kleine groep vrouwen van tussen de 25 en 30 jaar pijn bij het vrijen had en dat nu een veel grotere groep van 15 tot 20 jaar die klachten heeft. Het aantal klachten groeit zo zorgwekkend, dat er volgend jaar een groot congres in Antwerpen over wordt gehouden.” Minister Plasterk (PvdA) riep eerder dit jaar op een einde te maken aan ‘de seksualisering van het vrouwelijk lichaam in de media’. Zijn collega André Rouvoet (ChristenUnie) pleitte vorige week voor een debat over de in zijn ogen losgeslagen seksuele moraal van de jeugd. Beugel ergert zich aan de hypocrisie van zulke uitspraken. „Je krijgt dan al snel zo’n rel over een billboard met een vrouw in een gouden bikini die niet in Utrecht mag hangen. Zelf heb ik helemaal niets tegen het afbeelden van een mooi vrouwenlichaam. Maar wel tegen de stortvloed aan beelden van gefotoshopte, seksueel beschikbare vrouwen.” Ze noemt als voorbeeld een commercial waarin actrice Eva Longoria een hap neemt uit een Magnumijsje. „Haar mondje staat in de pijpstand, ze kijkt je aan. Wat qua smaak lekker is wordt zo op een platte manier vertaald naar erotisch lekker.”

Maar is dat erg? Beugel: „Liesbeth Woertman, die onderzoek doet naar het seksuele zelfbeeld van jongeren, concludeert dat jongens minder tegen afwijzing kunnen door de overvloed aan beelden van seksueel beschikbare vrouwen. Meisjes vertelden me dat ze uitgescholden werden voor hoer als ze in de disco niet met een jongen wilde dansen.” Ze noemt zichzelf „enorm vrij met seks”, maar ze is tot de conclusie gekomen dat taboes voordelen hebben. „In de tijd dat seks niet mocht was er schroom en verlegenheid. Dat leidde tot traagheid, tot voorzichtig friemelen. Dat gaf ruimte voor ontdekking. Veel jongeren van nu gunnen zichzelf die tijd niet meer. Het prachtige motto ‘alles moet kunnen’ uit de seksuele revolutie is verworden tot ‘alles moet’. Wat heeft het feminisme gebracht als meisjes van 13, 14 niet meer durven zeggen: au, hou op?”

lees ook op: nrc.nl


By on 21:47
Effectiever werken met mindfulness

15 november 2008

Mindfulness Mindfulness is hot.

Je kunt bijna geen tijdschrift meer open slaan of er staat wel een artikel in over mindfulness. Mindfulness lijkt iets nieuws, maar dat is het niet. Sterker nog, het komt uit de Boeddhistische traditie en is al meer dan 2500 jaar oud. Bij mindfulness gaat het om aandacht. Aandacht voor het hier en nu. Mindfulness trainingen zijn gewild. En niet alleen voor persoonlijke groei. Klinkt het je te zweverig? Toch is de kans groot dat je het binnenkort ook op je werk zult tegenkomen. Want wie zijn werk met bewuste aandacht doet, leeft en werkt meer ‘in het nu’ en daarmee gelukkiger, zo valt te lezen op de website van intermediair. En zo is ook gebleken uit wetenschappelijk onderzoek. Heel veel wat we doen, doen we niet bewust.

Wie staat er ‘s morgens immers zijn tanden bewust te poetsen? Wie zet de vuilnis met aandacht buiten? En wie is er tijdens een wandeling zich bewust van hoe zijn voeten de grond raken? Toch is dat waar het bij mindfulness om draait. Grondlegger van mindfulness is Jon Kabatt-Zinn, die in het universiteitsziekenhuis van Massachusetts patienten kreeg toegewezen die uitbehandeld waren. Met deze mensen ging hij mediteren en yoga beoefenen. Door te accepteren dat er is wat er is, dat dingen zijn zoals ze zijn, leerden de mensen onder andere hun pijn beter beheersen. Uiteraard bleven de resultaten niet onopgemerkt en mindfulness therapie werd omarmd door psychologen, psychotherapeuten en aanverwante beroepsgroepen.

Maar in de zakelijke wereld wordt mindfulness inmiddels ook opgemerkt en steeds vaker toegepast. In organisaties volgen veranderingen elkaar vaak in hoog tempo op. Van werknemers en managers wordt verwacht dat ze zich snel kunnen aanpassen. De werkdruk is bovendien hoog. Het is dus belangrijk om genoeg energie te hebben om het aan te kunnen. Want als de inspiratie en de drive verdwijnen ligt opgebrand raken op de loer. En werkgevers zitten niet te wachten op werknemers die uitvallen omdat ze een burnout hebben. Rust, aandacht, evenwicht en concentratie zijn voorwaarden om je werk goed te kunnen doen. En dat creëer je door mindfull te zijn. Het belangrijkste bij mindfulness is het besef dat het enige moment dat we hebben nu is. Het verleden is geweest en kun je niet meer veranderen. De toekomst kunnen we niet voorspellen. Dus als je gelukkig wilt zijn, of succesvol, dan kan dat alleen nu. Niet gisteren en niet morgen. Bovendien word je er ook niet gelukkiger op als je wilt dat de dingen anders zijn dan ze zijn. Vele management-methodieken zijn er echter op gericht om anders te leren denken, voelen en doen en daarmee een andere wereld te scheppen. Omdat we denken dat dit beter is. Door mindfull te zijn, leer je dat je je niet moet laten meeslepen door emoties en gepieker. En dat je dingen vooral niet anders moet willen dan ze zijn. Omdat je dan een betere toegang hebt tot je intuïtie. En juist die intuitie is wat iemand succesvol maakt. Werknemers en managers die mindfulness beoefenen worden gezonder, gelukkiger en relaxter, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Ze piekeren minder en ze worden creatiever en enthousiaster.

zie ook: marketingfacts.nl


By on 21:40
Arbeidsmarkt blijft krap in de crisis

Werken

De economische crisis is wel het laatste wat de krappe Nederlandse arbeidsmarkt kon gebruiken. Moeilijk vindbare vakkrachten dreigen noodgedwongen te worden ontslagen.

Nijkerk, 15 november 2008.

Met „pijn in het hart” heeft ondernemer Ton de Bruine uit Vriezenveen afscheid van ze genomen. Ruim eenderde van het personeel moest hij ontslaan: 56 man. Tijdelijke werknemers en uitzendpersoneel. Een aantal van hen had hij afgelopen voorjaar juist opgeleid zodat zijn bedrijf Brinks Metaalbewerking in de zomermaanden op volle kracht kon doordraaien. De orderportefeuille zat „tjokvol” bij Brinks, dat levert aan de auto-industrie.

Toen zakte eind september de orderstroom plotsklaps in. De opdrachten liggen er nog steeds, zegt De Bruine. Maar de eindafnemers van zijn klanten nemen de producten niet af. „We krijgen alles in dezelfde vaart terug.”

De situatie bij Brinks is typerend voor de arbeidsmarkt in Nederland. Aan de ene kant sturen bedrijven als gevolg van de kredietcrisis al wekenlang duizenden mensen de laan uit, omdat opdrachten wegvallen. Aan de andere kant is er grote behoefte aan vakbekwaam personeel.

Ruim 250.000 openstaande vacatures zijn er in tal van sectoren – van de metaal en de dienstverlening tot de zorg en het onderwijs. In het derde kwartaal stonden er 252.000 vacatures open, bijna evenveel als een jaar geleden.

„We bevinden ons in een krankzinnige situatie”, zei Jan Kamminga, voorzitter van metaalwerkgeversorganisatie FME-CWM, deze week op een congres in Nijkerk. „We kampen al jaren met een schreeuwend tekort aan goed opgeleid personeel. Maar nu moeten we als gevolg van de problemen door deze belachelijke bankencrisis mensen de deur wijzen”, zei Kamminga namens de 2.750 bedrijven met 260.000 werknemers die bij FME zijn aangesloten.

De globalisering dwingt bedrijven steeds flexibeler te reageren op de internationale concurrentie. „Maar hoe behouden we onze vakbekwame medewerkers in een periode dat we eigenlijk te weinig werk hebben?” zei Kamminga en keek minister Donner (Sociale Zaken, CDA), die op de eerste rij in de zaal zat, vragend aan.

Want één ding is zeker, menen arbeidsmarktdeskundigen. Als de economie verder verslechtert, zal ook Nederland in een recessie belanden en niet aan het ontslaan van personeel ontkomen. „De krapte op de arbeidsmarkt is structureel en dat vormt een grote bedreiging voor de economie”, zegt Andries de Grip, hoogleraar economie en arbeidsmarktspecialist aan de Universiteit Maastricht.

Het aanbod van vakkrachten zal verminderen door de demografische ontwikkeling. „Vanaf volgend jaar zal een fors aantal ouderen de arbeidsmarkt verlaten omdat de babyboomers al met 63 jaar met pensioen gaan”, zegt Paul de Beer, arbeidsmarkteconoom aan de Universiteit van Amsterdam. „Hierdoor wordt het tekort aan vakkrachten nog ernstiger.”

Momenteel kan een kwart van de bedrijven in Nederland de bestaande vacatures niet met de juiste kandidaten opvullen, blijkt uit onderzoek van het Adecco-instituut voor arbeidsmarktvraagstukken in Londen. Alleen al de komende zeven jaar zijn er 2,6 miljoen mensen nodig om de opengevallen arbeidsplaatsen te vullen, heeft Sociale Zaken becijferd.

De beroepsbevolking wordt niet alleen kleiner, ze vergrijst ook in snel tempo: het aantal oudere werknemers groeit en de groep jongeren krimpt. „De demografische veranderingen, de globalisering en de technologische vooruitgang stellen bedrijven voor grote problemen. Trekken werkgevers hieruit wel de juiste consequenties?” zegt Wolfgang Clement, voorzitter van het Adecco-instituut en oud-minister van Economische Zaken in Duitsland, in een toelichting op het onderzoek.

Vrijwel alle Europese landen, ook Nederland, kampen volgens hem met een specifieke groep werkloze jongeren omdat de schoolopleiding onvoldoende aansluit op de eisen van de werkvloer. Daarnaast voeren bedrijven nauwelijks een ouderenbeleid.

„Werkgevers investeren niet in oudere werknemers. Ook doen ze weinig om 50-plussers langer aan het werk te houden, terwijl deze groep juist veel vakkennis bezit”, zegt Clement. Slechts 8 procent van de Nederlandse ondernemingen is bereid meer ouderen in dienst te nemen om het tekort aan vakkrachten te compenseren.

De huidige crisis biedt volgens de oud-politicus een uitgelezen kans om de huidige problemen aan te pakken. „Het vraagstuk van de tekorten op de arbeidsmarkt en de krimpende beroepsbevolking liggen levensgroot op tafel. Zeker als de economie weer gaat aantrekken.” Dat vindt ook Andries de Grip. „We moeten deze crisis gebruiken om werknemers, die tijdelijk overtollig zijn, nu al om te scholen zodat ze moeiteloos in een nieuwe baan kunnen schuiven als de economie weer aantrekt. Bij hetzelfde of bij een ander bedrijf.”

Ook minister Donner zoekt naar oplossingen voor de korte en lange termijn. Om op de acute economische problemen in te spelen wil hij zo snel mogelijk regionale ‘mobiliteitscentra’ opzetten naar het model-NedCar, zodat overtollige werknemers aan werk worden geholpen in bedrijven die met tekorten kampen.

Dat is een van de punten die dinsdag bij het crisisberaad over de economische situatie tussen kabinetsleden, werkgevers en vakcentrales besproken worden. Een dag later zit Donner opnieuw met de sociale partners om de tafel om afspraken uit te werken die gemaakt zijn bij het najaarsoverleg. Trefwoorden zijn scholing, vergroting van de inzetbaarheid van werknemers en meer participatie.

Eén ding is cruciaal, zegt arbeidsmarkteconoom Paul de Beer, die verwacht dat volgend jaar de economische crisis serieus zal toeslaan op de arbeidsmarkt. „Het is van groot belang om werknemers die nu overtollig zijn, via een vorm van werktijdverkorting vast te houden. Op deze manier kunnen mensen geschoold worden, zodat ze niet te lang aan de kant staan. We moeten geen nieuwe groep kanslozen creëren die na een jaar niet meer aan de slag komen. Dat is dé les die we van de vorige recessie geleerd hebben.”

Ondernemer Ton de Bruine uit Vriezenveen kan niet wachten op alle plannen uit Den Haag. Hij werkt aan eigen oplossingen voor het tekort aan vakpersoneel. „Wij gaan de productie verregaand robotiseren en automatiseren. Dat stelt ons in staat de loonkosten zo laag mogelijk te houden en met dezelfde hoeveelheid mensen meer omzet te draaien.”

copyright www.nrc.nl

zie ook: www.nrc.nl


By on 21:34
De omzetdaling van de horeca wordt niet veroorzaakt door het rookverbod

Roken 15 november 2008

De omzetdaling van de horeca wordt niet veroorzaakt door het rookverbod. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS maakte vrijdag bekend dat de horeca van alle economische sectoren in het derde kwartaal het slechtst heeft gepresteerd.

De horeca presteerde in het tweede kwartaal ook al niet best.’ Dat zegt econoom Michiel Vergeer van het CBS in een toelichting op de cijfers die het CBS presenteerde over de Nederlandse economie. Daaruit blijkt dat de horeca van alle economische sectoren het slechts heeft gedraaid in het derde kwartaal van dit jaar.

Discotheken

Enkele weken geleden maakte Koninklijke Horeca Nederland bekend dat uit onderzoek blijkt dat sinds de invoering van het rookverbod per 1 juli de omzet in cafés met 26 procent is gedaald en in discotheken zelfs met 31 procent. De helft van de omzetdaling wordt toegeschreven aan het rookverbod. Beste cafés Vandaag maakte Misset Horeca bekend dat de beste cafés van Nederland, die volgende week bekend worden gemaakt in de Café Top 100, beduidend minder last van het rookverbod hebben dan de gemiddelde kroeg. De helft van de vaderlandse topcafés laten weten dat ze de afgelopen maanden geen omzetverlies hebben geleden door het rookverbod.

Beste cafés
Vandaag maakte Misset Horeca bekend dat de beste cafés van Nederland, die volgende week bekend worden gemaakt in de Café Top 100, beduidend minder last van het rookverbod hebben dan de gemiddelde kroeg. De helft van de vaderlandse topcafés laten weten dat ze de afgelopen maanden geen omzetverlies hebben geleden door het rookverbod.


By on 21:29
“De Algemene nabestaandewet (Anw) loopt leeg”

Kaars

DEN HAAG – De Algemene nabestaandewet (Anw) loopt leeg, zo constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag in zijn webmagazine.

In de maand september van dit jaar werden 118.000 uitkeringen aan de naaste verwanten van overledenen verstrekt. Dat zijn er achtduizend minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Volgens het CBS daalt het aantal ANW-uitkeringen al sinds de introductie ervan in 1996 gestaag met gemiddeld zeshonderd uitkeringen per maand. Dat zou volgens het CBS komen omdat de eisen om in aanmerking te komen voor een uitkering voor mensen geboren na 1950 zijn aangescherpt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB), die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ANW, is vorige week een campagne begonnen om de bekendheid met de wet te vergroten. Uit onderzoek van de SVB is gebleken dat mensen de wet simpelweg niet kennen. De ANW kwam in 1996 in de plaats van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) en is een stuk strenger dan die wet. Behalve voor mensen die geboren zijn voor 1950, voor hen geldt dat zij bij het overlijden van de partner altijd een uitkering krijgen ongeacht hun inkomen en ongeacht of zij kinderen hebben of niet. Voor mensen van na 1950 gelden als zij hun partner verliezen wel voorwaarden. Zo krijgen ze alleen een uitkering als ze de zorg voor kinderen jonger dan achttien jaar hebben, de zogenaamde halfwezenuitkering. Of als ze voor meer dan 45 procent arbeidsongeschikt zijn. De uitkering geldt voor mensen jonger dan 65 jaar, na de 65 jaar krijgt iedereen AOW, die vervangt de ANW. Ook kinderen, halwees of wees, krijgen gelden uit de ANW.

copyright www.telegraaf.nl

zie ook: www.telegraaf.nl


By on 21:22
De procestechnoloog is een beetje spekkoper

Procestechnoloog

Ten opzichte van andere bèta’s doen scheikundigen het niet zo slecht wat betreft inkomen, al gaat het gemiddeld om maar enkele procenten meer salaris. Dat blijkt uit de Bèta-loopbaanmonitor 2008. En chemici die kiezen voor een niet-bètabaan, zijn nog altijd financieel beter af.

door: Arno van ’t Hoog

zaterdag 15 november 2008

Verdient u genoeg? Voelt u zich schaars en ziet u dat terug op uw loonstrook? Dergelijke vragen rond de loopbaan van de chemicus mogen zich op toenemende belangstelling verheugen. Zo wordt er veel gedebatteerd over tekorten aan bèta’s en chemici in het bijzonder. Deze week levert de publicatie van de Bèta-loopbaanmonitor 2008 een bijdrage aan de discussie, met de resultaten van een enquête onder dertigduizend werknemers met een mbo-, hbo- en wo-diploma. De monitor is ontwikkeld door SEO Economisch onderzoek in opdracht van de KNCV, KIVI NIRIA, Platform Bèta Techniek en Bèta Publishers.

  De resultaten geven aankomende studenten in ieder geval een extra reden om een studie scheikunde te overwegen. Scheikundig technologen (276 respondenten) verdienen namelijk het meeste van alle universitaire bèta’s, met een gemiddeld bruto maandsalaris van 4.181 euro. De overige scheikundigen (263 respondenten) krijgen maandelijks ruim 10 procent minder bijgeschreven: 3.713 euro. Ze zitten daarmee in de middenmoot tussen werknemers met een andere bèta-opleiding.

  Op hbo-niveau is die situatie anders: de technisch scheikundigen (127 respondenten) zitten in de middenmoot met 3.104 euro, minder dan de categorie ‘scheikunde overig’ (57 respondenten) met 3.385 euro. Werknemers met een laboratoriumopleiding (401 respondenten) verdienen relatief weinig: 2.948 euro. Op mbo-niveau valt op dat werknemers met een opleiding in de procestechniek duidelijk meer verdienen dan alle andere mbo-bèta’s: 2.933 euro per maand. Dat zou een signaal kunnen zijn dat de schaarste aan procesoperators, waarover de chemische industrie klaagt, zich nu begint te vertalen in een hoger salaris.

Startsalarissen

  Het beeld dat uit de salarismonitor naar voren komt is vooral erg genuanceerd. In vergelijking met de discussie over topsalarissen in het bedrijfsleven lijkt het Nederlandse salarislandschap overzichtelijk genivelleerd. “In deze enquête kijken we naar het loopbaangemiddelde van alle mensen met dezelfde opleiding. Dat levert natuurlijk geen opvallend grote verschillen”, zegt Djoerd de Graaf, senior onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek. Het salaris van de tweedejaars aio en de bijna gepensioneerde hoogleraar worden bij de verwerking van de resultaten gemiddeld. “Van jaar tot jaar zul je per categorie dus weinig verschuivingen zien; mensen gaan niet opeens heel veel meer of minder verdienen. We doen ook onderzoek naar startsalarissen. Daar zijn de verschillen tussen beroepen en tussen verschillende jaren veel uitgesprokener, omdat je sneller het effect van economische veranderingen merkt.”

  In de monitor zijn de loopbaangemiddelde salarissen bovendien gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken zoals geslacht en leeftijd. Mannen verdienen gemiddeld meer dan vrouwen en oudere werknemers meer dan jongere. Zo lijken bèta’s op het eerste gezicht meer te verdienen dan niet-bèta’s. Maar omdat bèta’s in Nederland vaak man zijn en gemiddeld iets ouder, is dat schijn. Na correctie blijken bèta’s op wo- en hbo-niveau ongeveer evenveel te verdienen als niet-bèta’s op hetzelfde niveau. Alleen bij het mbo blijft het verschil na correctie overeind, al is het klein. Mbo-bèta’s verdienen zo’n 150 euro bruto per maand meer dan vergelijkbare niet-bèta’s.

Harde bèta’s

  De verschillen in gemiddelde salarissen worden uitgesprokener als er vergelijkingen worden gemaakt tussen branches. Dan blijkt niet geheel verrassend het onderwijs met gemiddeld 3.292 het slechtst te betalen. De chemische industrie staat in de top vier van best betalende branches met gemiddeld 4.087 euro, in de buurt van delfstofwinning, elektronische industrie en de nutsbedrijven.

  “Het mooie van de loonwijzer is dat wij naar de verschillen tussen bèta’s en niet-bèta’s kunnen kijken, en de invloed van de opleiding voor het volgen van een bepaalde loopbaan”, zegt De Graaf. “Ongeveer de helft van de bèta’s kiest voor niet-bètaberoepen. Ze blijken daarover overigens wel tevreden te zijn.” Voor een bètaopleiding op mbo- of hbo-niveau blijkt die keuze nauwelijks van invloed op de hoogte van het salaris. Voor academici is dat verschil er wel: in een bètaberoep wordt duidelijk minder verdiend dan in een niet-bètabaan: gemiddeld zo’n 4 procent. Daarbij valt op dat mensen met een harde natuur & techniek-opleiding meer verdienen dan mensen met een zachte bètaopleiding. Harde bèta’s lijken vaker in een beter betaalde leidinggevende positie terecht te komen, wat zich in een hoger salaris vertaalt.

  Het maandelijkse salaris is maar een onderdeel van de beloning. In dat opzicht zijn er opvallende verschillen tussen bèta’s en niet-bèta’s. Universitaire bèta’s in een bètaberoep krijgen minder vaak (27 procent) een vaste financiële bonus dan bèta’s in een niet-bètaberoep (47 procent). Wat baantevredenheid betreft zijn er geen grote verschillen tussen bèta’s en niet-bèta’s. Voor bèta’s op hbo- en universitair niveau maakt het voor werktevredenheid weinig uit of ze in een bètaberoep werken of niet.

  Uit de enquête spreekt geen duidelijk tekort in bepaalde sectoren of beroepsgroepen, bijvoorbeeld door grote salarisverschillen. “Dat was ook niet de opzet van dit onderzoek”, zegt De Graaf. Hij heeft wel in opdracht van het ministerie van Economische Zaken onderzoek gedaan naar verklaringen waarom een tekort niet tot uiting komt in hogere salarissen voor bèta’s. “Daaruit bleek dat bèta’s minder loongevoelig zijn; ze kiezen eerder op de inhoud. Ook kennen bèta’s een internationale arbeidsmarkt. Tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn te bestrijden door mensen uit het buitenland aan te trekken. Beide factoren dempen de stijging van salarissen door een tekort.”

De Bèta-loopbaanmonitor 2008 is te downloaden via

www.platformbetatechniek.nl

Bron: C2W22, 15 november 2008

november 15, 2008
By on 18:00
Brabant blijft populair voor bedrijven
 
Ekkersrijt

Bedrijventerrein Ekkersrijt in Eindhoven is een van de vele in de provincie.

TILBURG – Brabant blijft enorm in trek als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven. Dat blijkt uit onafhankelijk onderzoek door de Erasmus Universiteit Rotterdam onder 260 van de 1000 buitenlandse bedrijven in deze provincie.

De Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), die als taak heeft nieuwe bedrijven uit het buitenland aan te trekken, is tevreden met de conclusies. Uit dat onderzoek blijkt verder dat een groot deel van die bedrijven met innovatie bezig is.


By on 17:56
“God is weg uit de spiritualiteit”

God is weg uit de spiritualiteit

„Als mensen naar de belangrijkste eigenschap van hun ontplooide, ideale zelf wordt gevraagd, zeggen ze niets meer over God en ook niet over een goddelijk zelf.”

„Als mensen naar de belangrijkste eigenschap van hun ontplooide, ideale zelf wordt gevraagd, zeggen ze niets meer over God en ook niet over een goddelijk zelf.”

Uit een enquête in opdracht van Trouw blijkt dat de meeste Nederlanders op spiritueel gebied dik tevreden met zichzelf zijn. Velen van hen hebben geen behoefte aan een traditionele God. Spiritualiteit wordt vooral geput uit het eigen ik en uit de directe omgeving.

Zelfontplooiing leeft bij de Nederlanders. Bijna veertig procent zegt het belangrijk te vinden zichzelf te ontplooien, hetzelfde aantal vindt dit ’een beetje belangrijk’. Hoe jonger en hoger opgeleid de respondenten, des te belangrijker ze dit vinden. Dat blijkt uit een enquête onder 2276 Nederlanders door Synovate Interview NSS, in opdracht van Trouw. In het kader van het ’betere ik’, het thema van de maand van de spiritualiteit, beantwoorden zij open vragen.

Op de vraag wat mensen doen om ’zich bewust te worden van hun ’diepere zelf’ wordt geantwoord met zaken als ’reflectie’, ’praten’ of ’nadenken’. Velen antwoorden met ’niets’ of ’niet veel’. „Bijna niemand volgt een systeem om zichzelf te verbeteren. Een enkeling noemt meditatie of yoga. Ze lijken iets gekozen te hebben wat bij hen past, wat goed voelt. Niet de verwachting meer bewust te worden maar het verlangen je goed te voelen, klinkt in de antwoorden door.” Uit de enquête kun je volgens godsdienstpsycholoog Joke van Saane van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die de resultaten analyseerde, niet opmaken dat de ’zelfspiritualiteit’ in opkomst is.

Uit de antwoorden blijkt bovendien dat de secularisatie in Nederland veel verder is voortgeschreden dan uit enquêtes blijkt. God en andere religieuze begrippen komen bijna niet voor.

Zelfverwerkelijking is volgens wetenschappers hét thema dat mensen tegenwoordig religieus of spiritueel uitwerken. Maar traditionele religieuze methoden of termen blijken nauwelijks nog in gebruik. Op de vraag wat de ondervraagden beschouwen als de belangrijkste eigenschap van hun ideale zelf, noemt grofweg de helft zaken die met anderen te maken hebben, zoals ’openstaan voor anderen’, ’eerlijkheid’ en ’sociaal zijn’. De andere helft noemt zaken die betrekking hebben op henzelf, zoals ’balans’, ’zelfvertrouwen’ en ’onafhankelijkheid’.

Het zijn allemaal manieren die ’dicht bij de mensen zelf blijven’, zegt Van Saane. „Ze doen wat voor henzelf goed voelt en oriënteren zich niet op wat anderen zeggen dat goed is.” Verwijzingen naar ’het hogere’ zijn bijna helemaal afwezig – maximaal zeven procent gaf op een open vraag een religieus of spiritueel antwoord. „Als mensen naar de belangrijkste eigenschap van hun ontplooide, ideale zelf wordt gevraagd, zeggen ze niets meer over God en ook niet over een goddelijk zelf, maar noemen ze zaken als ’eerlijkheid en behulpzaamheid’. Twee procent zegt iets religieus.

Minder dan een derde zei tot een bepaalde religieuze stroming te horen. Hun antwoorden verschillen niet veel van die van de grote meerderheid. Ook kerkelijken vermijden dus religieuze taal. Grote enquêtes, zoals ’God in Nederland’ in 2006, telden bijna 40 procent kerkelijken, en het aantal mensen dat zich als gelovig mens ziet, werd nog hoger ingeschat: meer dan 60 procent.

Vijftig jaar geleden had het overzicht er volstrekt anders uitgezien, zegt Van Saane. Niet alleen hadden mensen het verbeteren van zichzelf minder belangrijk gevonden, bovendien hadden ze dit toen meestal in religieuze termen uitgedrukt.

Opvallend is dat er nauwelijks verschillen tussen mannen en vrouwen zijn te meten. „Terwijl onderzoek naar religiositeit altijd verschillen meet. Het is voor mannen gewoner geworden om over zelfontplooiing na te denken en te praten, helemaal nu dat los staat van religie.”

Bijna alle mensen die zelfontplooiing belangrijk of ’een beetje belangrijk’ zeggen te vinden, zien vooruitgang. Hoe jonger en hoe hoger opgeleid ze zijn, des te meer vooruitgang ze zien.

Daarin zijn ze volgens Van Saane te optimistisch. „Ze worden helemaal niet beter, altruïstischer of toleranter. Verbetering is in geen enkel onderzoek gemeten. Mensen zijn geneigd te positief over zichzelf te denken. Ze nemen aan dat zij de uitzondering zijn.” Psychologisch gezien is dit niet vreemd, zegt Van Saane. „Het is niet fijn of gemakkelijk om eerlijk tegenover jezelf te zijn. Het is niet gek dat je die voor jezelf wilt versluieren.”

Veel mensen hebben een hoog ideaalbeeld, maar kunnen daar niet aan voldoen. Dit wordt, te oordelen op grond van de antwoorden, echter bijna niet onderkend: bijna niemand heeft zelfkritiek. „Tegelijkertijd stellen velen wel dat ze het belangrijk vinden eerlijk tegenover zichzelf te zijn. Maar dat lukt ze dus helemaal niet.”

„De well-being stroomt van de onderzoeksresultaten”, zegt Van Saane. „Men voelt zich goed, tot op het zelfgenoegzame af.” De Nederlandse bevolking is dik tevreden met zichzelf, en steekt de kop in het zand.” De economische crisis doet daar niets aan af.

De afwezigheid van verwijzingen naar traditionele religie vindt Van Saane psychologisch gezien toch ook een gemis. Voor goed zelfinzicht heb je een externe instantie nodig, zegt ze. „Dat wordt in deze geïndividualiseerde cultuur nauwelijks nog geaccepteerd. De mensen hebben daardoor onterecht het idee dat het met ze opschiet. Maar het schiet helemaal niet op. Orthodox christendom is altijd heel sterk geweest in het constateren dat het helemaal niet opschoot. Je blijft er afhankelijk van de goddelijke genade.” Ook andere religies cultiveren dit besef van het eigen tekort schieten.

Wie zichzelf wil verbeteren, zou daaraan dus veel harder moeten werken dan de meeste mensen denken. „Het verantwoordelijkheidsgevoel daarvoor ontbreekt”, aldus Van Saane.

Opvallend is dat bij laagopgeleiden het ongeloof in zelfrealisatie het grootst is.

copyright www.trouw.nl

Kijk ook op www.trouw.nl


By on 17:36